De zomer van 2019 is er weer één van extremen. Extreem hoge temperaturen, maar ook extreem grote verschillen in neerslag. Zo zijn er gebieden waar de grasgroei nog redelijk vooruit kan, maar ook regio’s waar het neerslagtekort net zo groot is als in 2018. Voor iedereen zal dus de weg naar het einde van het bemestingsseizoen er anders uit zien.

We geven u hierbij een overzicht van feiten en tips die u op weg helpen.

TOT WANNEER MAG WAT?
Hieronder vindt u de uiterste data voor de bemesting en het scheuren van grasland. Meer informatie vindt u op www.rvo.nl.

Bemesten

 

 

 

 

 

 

 

 

Scheuren grasland en aansluitend herinzaai gras

 

 

 

 

 

MAAIEN
Verdroogde gebieden:
Heerst de droogte in uw regio? Maai dan niet voordat de bouwvoor weer vochtig is en er met regelmaat regen voorspeld wordt. Maai pas na de omslag. De zode zal flink lijden als u tijdens de droogte maait, doordat er o.a. meer van de bodem blootligt voor zonnestraling. De bovenlaag warmt extreem op en verliest de bindingskracht, waardoor de bodem ook slecht vocht kan opnemen wanneer het wel weer regent. Het herstel van de zode duurt dan alleen maar langer.

Gebieden met grasgroei:
Vanaf half augustus worden de dagen dusdanig korter dat de meeste productiegrassen nauwelijks meer zullen bloeien, waardoor het veelal bladrijke snedes zijn. Kies het maaimoment afhankelijk van het drogend weer zodat het gras met een mooi DS % geoogst kan worden. Dan oogst u goed te benutten eiwit!

DRIJFMEST BEMESTEN
Verdroogde gebieden:
Tijdens de droogte kunt u het beste geen drijfmest bemesten. Ten eerste zorgt het snijden in de zode voor extra indroging en schade wat het herstel vertraagt. Ten tweede wordt demest toch nog niet benut. Najaar 2018 heeft ons geleerd, als er in het najaar wel voldoende neerslag komt, er dusdanig veel N nog vrij komt uit de zomerbemesting dat er kuilen met te hoge boterzuur en nitraatgehaltes gemaakt worden. Wees daarom voorzichtig en bemest niet eerder dan wanneer de grasgroei hersteld is. Moet u vanwege opslagcapaciteit toch mest uitrijden? Zorg dan dat de mest goed verdund is tot maximaal 3 kg N per m³ (gemiddeld +
25% water). Hierdoor trekt de mest beter in en wordt de zoutconcentratie verlaagd.

Gebieden met grasgroei:
Een kleine mestgift is goed voor de graskwaliteit in het najaar. Dit kan op de gronden met lagere NLV gehaltes (< 180) helpen om de roest buiten de deur te houden. Zit u krap qua hoeveelheden, maar wilt u nog wel wat uitrijden? Verdun uw mest dan met water. Zo heeft u meer m³, maar bovenal wordt de drijfmest gemiddeld 10-15% beter benut voor de eerst volgende snedes en is er minder nawerking. Dit zorgt dat er minder N verloren gaat in de winterdag omdat het al eerder benut is.

KUNSTMEST BEMESTEN
Stem uw kunstmestgift af op de drijfmestgift. In de verdroogde gebieden heeft N strooien geen zin zolang er niks groeit. Voor de andere gebieden is het belangrijk deze af te stemmen op eventuele drijfmestgiften. Omdat toch veel gebieden even goed aan de droge kant zijn geweest, is het verstandig niet te veel te bemesten. Het is goed mogelijk dat in het najaar veel N vrij komt waardoor de najaarskuilen te N-rijk worden.
Een najaarssnede heeft maximaal 60 kg N in totaal nodig. Op veen is een gift van 50 of 100 kg KAS meer dan voldoende. Zit er nog veel N in de grond van de zomerbemesting? Halveer dan op z’n minst uw gift!
Niet bemesten is wel riskant op gronden met NLV < 180. Een kleine gift kan zorgen dat de bodem actief blijft en er zo min mogelijk groeistress is. Daarmee vermindert u het risico op roest.